Dear Mr. Schwitters, 4 letters (2018)

een editie van 50: een doos met daarin een ingelijste foto en de vier brieven die ik schreef aan de kunstenaar Kurt Schwitters, ontworpen door PutGootink

Amsterdam, 8 jan 2018

 

Dear Mr. Schwitters

 

Het liefst vroeg ik u ten dans. Uw ritmegevoel staat immers buiten kijf. 


Fümms bö wö tää zää Uu, 
                                         pögiff,  
                                                     kwii Ee.
  1
Oooooooooooooooooooooooo,

6
dll rrrrr beeeee bö 

Maar het zal niet gaan. U bent immers dood.
Sinds 1948 al. Dat zou een rammelende dance macabre worden. 
Ik zal het doen met uw geest en uw erfenis.  En dat lijkt me al heel wat. Tamelijk overrompelend allemaal. Onstuitbaar veel ideeën en plannen, het een nog opwindender dan het ander.
‘Komm, lass’ uns einen DADAfeldkrieg in Holland halten. Mit Nelly und Theo van Doesburg und .....
Mit total neuer Musik, meiner Ursonate und Poesie und lass’ uns Zeitschriften mit neuer Typografie und Merzbilder drucken.’
Zo stel ik het me voor. Tegen iedere conventie in. Och wat heeft de burgerij gemopperd en schande gesproken. Dat was in die dagen. Nu nog steeds, maar anders. Daarover later meer. En wat zullen ze van u gehouden hebben in de kleine kring van liefhebbers. 

Jaren geleden, toen ik nog op de academie zat bestudeerde ik uw werk. Vooral de paar overgebleven foto’s van uw Merzbau in Hannover troffen mij. Zo vrij en swingend en onconventioneel.
Ze werden opgeslagen in een afgelegen kamer in mijn geheugen, want eigentijdse choreografen en filmmakers en schilders uit de vroege renaissance vroegen om voorrang. 
Maar opeens was het er weer. Merzbau! Uw levenswerk.
Ik zal het beschrijven.
Toen u het huis van uw ouders in Hannover betrok transformeerde u acht kamers tot een betoverende sculptuur. Merzbau! Kathedrale des erotischen Elend.
In abstracte vlakken en vormen kruipen de volumes chaotisch omhoog langs de muren. Meestal wit. Er vormen zich ruimtes en grotachtige structuren. Hier en daar een typografisch detail of een herkenbaar object, dat uit zijn context geslingerd, vooral vragen oproept. Met hier en daar een antwoord of een vermoeden daarvan.
Soms verborg u zich in het kleine orgelkamertje bovenin als er gasten kwamen, om de reactie op hun gezichten te lezen als ze uw gedichten of het karnavals-achtige nummer Du lieber Augustin door de fantastische ruimte hoorden schallen, een lied vol humor en boerse middeleeuwse wreedheid, maar ook melancholie.
Banale liedjes laten horen in een ruimte die verschillende betekenissen kan hebben. Ik herken dat zo. Wij deden dat ook in het theater.

Ik vraag nu toch uw hand, zo’n beetje dwars door de tijd, om een paar pirouettes te draaien of misschien beter een twist.

 

met groet
uw
Carolien Scholtes

 

Amsterdam , 19 feb 2018

 

Dear Mr.Schwitters

 

Bij mij is het fysieke belangrijk. Het gebeurt tijdens het handelen. Lichamelijk. 
Het gewicht van de tapijten of het zeil waaronder ik zowat bezwijk, de inspanning om hoog in de opstelling een klosje op te hangen… Op een gegeven moment raak ik in een staat waarin ik niet meer nadenk. Dan doe ik de ingreep die een beeld uiteindelijk af maakt. Grappig niet?
Ik vermoed dat u dat ook heeft, dat zware fysieke werken aan Merzbau; dat dat fijn is, dat het zo echt is daardoor en dat je uiteindelijk in trance raakt.
En daarna de voldoening. Een goede ingreep gedaan. Ja, dit is het, dit mag er zijn.

 

met groet
uw
Carolien Scholtes


Amsterdam, 25 feb 2018

 

Dear Mr.Schwitters

 

U moest als entartete kunstenaar vluchten naar Noorwegen.
Daar leefde u van werken in opdracht; portretten en landschappen. Beeldschoon werk, maar u deed niet anders dan erop mopperen. 
Ondertussen begon u een nieuwe Merzbau in een schuur op het platteland. U groef er een verdieping onder en begon daar te merzen. Weer die zware fysieke arbeid. Dat beschouwde u als uw echte werk. Daar legde u ‘connecties tussen alles in uw wereld’, al uw werk ‘een levenslange ervaring’.
Maar uw landschappen hoorden daar niet bij. Dat is nu vreemd, jammer zelfs. Tenminste, gezien vanuit mijn perspectief, vanuit het heden. Ze komen immers uit dezelfde bron. Is het omdat ze niet abstract zijn?
Wist u dat er drie bij Per Kirkeby in zijn atelier hangen? 
Per Kirkeby is een beroemd Deens schilder en beeldhouwer, graficus en dichter. Nu tachtig jaar oud. U zou hem weten te waarderen. Ook niet binnen een -isme te vangen. Hij heeft heel mooi over zuivere en onzuivere kunst gesproken. Dit klinkt een beetje eng maar ging over zuiver in de zin van kaal en zonder betekenis en in het onzuivere zaten alle associaties en verwijzingen.
In míjn werk houd ik van de associaties en verwijzingen. Maar we leven nu in een andere tijd. Pure abstractie wordt zeker nog gevierd door sommige kunstenaars, en zeker niet de minsten, maar de revolutie die het in uw tijd ontketende is uitgewoed.
Ik houd ervan dat in mijn werk niks helemaal lijkt te kloppen, maar er is wel samenhang. De objecten zijn volgens een innerlijke logica gekozen. Maar het mag geen surealisme worden. Daar houd ik niet van. Het is een smalle marge waarin ze mogen bestaan.
Het gaat vreemd genoeg volgens schilderkunstige principes, al komt er geen verf aan te pas. Ik bouw mijn opstellingen laag voor laag op. Vanuit de achtergrond. Ik doe weg, of bedek wat te makkelijk te duiden is en daarmee het beeld plat slaat, of wat ik te mooi of esthetisch vind. Soms draait het zich om, behoud ik juist wat mooi of betekenisvol is. Ik zet voortdurend voetangels en klemmen voor mijzelf. En ik geloof dat dat de kwaliteit van het werk uitmaakt.

Ik vraag me af in hoeverre dit een wet is die voor alle kunst opgaat. Ik geloof het wel. Al gebeurt het soms alleen in het denkproces dat vooraf gaat aan de uitvoering van het werk.
Ik ken het in ieder geval heel goed uit mijn theaterwerk. Dat schaven aan een productie tot alle puzzelstukken op hun plaats vallen.
Ik kan mij voorstellen dat dat zelfs bij Mondriaan gebeurde. Zijn Victory Boogy Woogy heeft zo iets magisch ongrijpbaars. En toch staan alle vlakken gewoon op hun plek. Daar is zoveel jaar werk voor nodig geweest!
In zijn vroege werken, ook landschappen en bomen, proef je wat er allemaal in zit. In die man bedoel ik en in die doeken. 
Ik wil maar zeggen, die landschappen van u zijn denk ik toch met dezelfde mentaliteit gemaakt als uw dichtwerk of Merzbau. Ze zijn in ieder geval door u gemaakt. Met uw hand, uw geest, uw afwegingen tijdens het schilderen. Dit wel, dit niet.
Ik zou met terugwerkende kracht van ze gaan houden als ik u was.

 

met groet
uw
Carolien Scholtes

 

 

Amsterdam , 19 feb 2018

 

Dear Mr.Schwitters

 

Bij mij is het fysieke belangrijk. Het gebeurt tijdens het handelen. Lichamelijk. 
Het gewicht van de tapijten of het zeil waaronder ik zowat bezwijk, de inspanning om hoog in de opstelling een klosje op te hangen… Op een gegeven moment raak ik in een staat waarin ik niet meer nadenk. Dan doe ik de ingreep die een beeld uiteindelijk af maakt. Grappig niet?
Ik vermoed dat u dat ook heeft, dat zware fysieke werken aan Merzbau; dat dat fijn is, dat het zo echt is daardoor en dat je uiteindelijk in trance raakt.
En daarna de voldoening. Een goede ingreep gedaan. Ja, dit is het, dit mag er zijn.

 

met groet
uw
Carolien Scholtes

 

 

Amsterdam, 25 feb 2018

 

Dear Mr.Schwitters

 

U moest als entartete kunstenaar vluchten naar Noorwegen.
Daar leefde u van werken in opdracht; portretten en landschappen. Beeldschoon werk, maar u deed niet anders dan erop mopperen. 
Ondertussen begon u een nieuwe Merzbau in een schuur op het platteland. U groef er een verdieping onder en begon daar te merzen. Weer die zware fysieke arbeid. Dat beschouwde u als uw echte werk. Daar legde u ‘connecties tussen alles in uw wereld’, al uw werk ‘een levenslange ervaring’.
Maar uw landschappen hoorden daar niet bij. Dat is nu vreemd, jammer zelfs. Tenminste, gezien vanuit mijn perspectief, vanuit het heden. Ze komen immers uit dezelfde bron. Is het omdat ze niet abstract zijn?
Wist u dat er drie bij Per Kirkeby in zijn atelier hangen? 
Per Kirkeby is een beroemd Deens schilder en beeldhouwer, graficus en dichter. Nu tachtig jaar oud. U zou hem weten te waarderen. Ook niet binnen een -isme te vangen. Hij heeft heel mooi over zuivere en onzuivere kunst gesproken. Dit klinkt een beetje eng maar ging over zuiver in de zin van kaal en zonder betekenis en in het onzuivere zaten alle associaties en verwijzingen.
In míjn werk houd ik van de associaties en verwijzingen. Maar we leven nu in een andere tijd. Pure abstractie wordt zeker nog gevierd door sommige kunstenaars, en zeker niet de minsten, maar de revolutie die het in uw tijd ontketende is uitgewoed.
Ik houd ervan dat in mijn werk niks helemaal lijkt te kloppen, maar er is wel samenhang. De objecten zijn volgens een innerlijke logica gekozen. Maar het mag geen surealisme worden. Daar houd ik niet van. Het is een smalle marge waarin ze mogen bestaan.
Het gaat vreemd genoeg volgens schilderkunstige principes, al komt er geen verf aan te pas. Ik bouw mijn opstellingen laag voor laag op. Vanuit de achtergrond. Ik doe weg, of bedek wat te makkelijk te duiden is en daarmee het beeld plat slaat, of wat ik te mooi of esthetisch vind. Soms draait het zich om, behoud ik juist wat mooi of betekenisvol is. Ik zet voortdurend voetangels en klemmen voor mijzelf. En ik geloof dat dat de kwaliteit van het werk uitmaakt.

Ik vraag me af in hoeverre dit een wet is die voor alle kunst opgaat. Ik geloof het wel. Al gebeurt het soms alleen in het denkproces dat vooraf gaat aan de uitvoering van het werk.
Ik ken het in ieder geval heel goed uit mijn theaterwerk. Dat schaven aan een productie tot alle puzzelstukken op hun plaats vallen.
Ik kan mij voorstellen dat dat zelfs bij Mondriaan gebeurde. Zijn Victory Boogy Woogy heeft zo iets magisch ongrijpbaars. En toch staan alle vlakken gewoon op hun plek. Daar is zoveel jaar werk voor nodig geweest!
In zijn vroege werken, ook landschappen en bomen, proef je wat er allemaal in zit. In die man bedoel ik en in die doeken. 
Ik wil maar zeggen, die landschappen van u zijn denk ik toch met dezelfde mentaliteit gemaakt als uw dichtwerk of Merzbau. Ze zijn in ieder geval door u gemaakt. Met uw hand, uw geest, uw afwegingen tijdens het schilderen. Dit wel, dit niet.
Ik zou met terugwerkende kracht van ze gaan houden als ik u was.

 

met groet
uw
Carolien Scholtes

 

Amsterdam, 23 maart 2018

 

Dear Mr Schwitters

 

U schreef: “Maar - wat is nu Dada? Dada is niet speciaal 'kunstuiting' maar 'levensuiting'. Dada is in geen geval humoristisch, zooals de meeste bezoekers der Dada-soirées menen. Dada is ook niet mystisch of transcendentaal. Dada is iemand die te paard zijn huis binnenrijdt.”
Hmm geweldig! Dat paard dat alles omverkegelt en dat u zo trots berijdt.
Maar niet mystiek of transcendent? Ik lees in andere bronnen over Dada’s grondslag; Boeddhisme, Taoisme, vroegchristelijke mystici, en over filosofen als Bergson, Nietzsche en Descartes. Nogal tegenstrijdig allemaal. 
En dat DaDa niets is, dat wil zeggen alles,  of het niet-iets, of een vogel op vier poten, of een levensverzekering of een ladder zonder sporten….
Ik heb een leven lang studie en kijken en nog eens kijken voor me, om dit alles te doorvorsen. Maar begrijpen doe ik het al. Op m’n intuïtie. 


Ah, daar is-ie weer De Ursonate…

Dedesnn nn rrrrr,                                                   (E) 
                            Ii Ee, 
                                    mpiff tillff toooo, 
Dedesnn nn rrrrr, 
    desnn nn rrrrr 
         nn nn rrrrr 
         nn rrrrr 
                          Iiiii 
                               Eeeee 
                                   m 

Ik zie een man die klanken maakt;
de schoonheid van het niet begrijpen,
of dat je het bijna bevatten kan.
Ja ja
Dada.
Het enig mogelijke antwoord op de wreedheid en de onverschilligheid van de oorlog.
Ook dat begrijp ik goed.

Ik til de zilveren voorhang op en kijk…..
Daarachter tolt en kantelt de wereld,
geen boven en geen onder, geen gewicht.
Waarom zou het?
Het hangt van schijnbare inconsequenties aan elkaar
en ik voel innerlijke logica.

Ik begrijp je niet, zeggen de mensen.
Ik heb een gat in mijn hoofd ter grootte van een kippenei.
Daar zie je niks van aan de buitenkant maar door dat gat zit ik naar u te koekeloeren. We zwaaien een beetje. 
God danst DaDa. 
 

met innige groet
Uw 
Carolien Scholtes